Home
Actueel
Openingstijden
Paard
Rund
Schaap/Geit
Varkens
Gezelschapsdieren
Adviesbrieven
Alles over katten
Alles over honden
Dierenvragen
Contact
Links
Inloggen
Site info

Het werkgebied van de buitenpraktijk van DGC het Wijdseland strekt zich uit van Arnhem tot Hall en van Hengelo tot Zevenaar. Voor het maken van afspraken kunt u van maandag tot en met zaterdag van 8.00 uur tot 9.00 uur bellen met het nummer 0313-471007. Voor spoedgevallen kan op elk moment van de dag gebeld worden met nummer 0313-471007

Als houder van landbouwhuisdieren zoals schapen en geiten krijgt u te maken met allerlei ziektes, aandoeningen en infecties bij uw dieren. De dierenartsen van DGC het Wijdseland besteden veel aandacht aan het opsporen, bewaken en voorkomen van gezondheidsproblemen bij landbouwhuisdieren. Informatie en advies over preventie en behandeling door onze praktijk leest u in de onderstaande informatie.

Bij ons werken 6 dierenartsen die gespecialiseerd zijn in de herkauwersgezondheidszorg met ieder zijn eigen deelspecialisatie. Ook voor schapen en geiten bedrijven en de hobby matige houderij zijn we uw deskundige en betrokken dierenarts.

Als daar genoeg belangstelling voor bestaat organiseren we tevens in de winter een curcus verloskunde schaap/geit. Mocht u daar belangstelling voor hebben kunt u zich vast opgeven bij info@wijdseland.nl

Verzorging van de dekrammen

Het gebeurt elk jaar weer dat er schapenhouders een ram nodig hebben voor hun fokooien en dan op zeer korte termijn een ram komen halen. Vaak gaat de ram zo van de veewagen de weide in bij de ooien met als enige voorzorgmaatregel wat krijt op de borst zodat men kan zien of de ram zijn werk doet en er ook ooien gedekt worden.

Dit is geen ideale situatie.

                                               

Goede praktijk is dat men al maanden van te voren een plan maakt hoe de rammen gevoerd worden en wat de ideale conditie is voor de rammen om goed hun werk te kunnen doen. Het sperma doet er 50 dagen over om te rijpen, dus moet de voeding ook langere tijd al goed zijn. Uit onderzoek is gebleken dat een conditie van 3,5 tot 4 goed is op een schaal van 1 tot 5. De ingeschaarde rammen verliezen per week een 0.5 punt lichaamsconditie. Erg hard gevoerde ramlammeren kunnen een slechte spermakwaliteit hebben door de overmatige conditie.

Om een goed drachtigheids percentage bij de toegelaten ooien te verkrijgen (>95%)moet de ram in een goede conditie verkeren en geschikt zijn voor zijn werk.Als u een ram uitzoekt voor de dekdienst is het ook zaak de testikels van de ram te controleren op beschadigingen of afwijkingen. Ze moeten even groot en soepel aanvoelen, met een goed gevulde bijbal onder aan de bal, te voelen als een stevige knop. In de Blauwtong gebieden in het noordoosten van het land is de kans op een onvruchtbare ram vrij groot als de ram niet gevaccineerd is. U moet er van uit gaan dat de ram na een doorgemaakte Blauwtong infectie 85 dagen niet meer bevrucht.

Bij twijfel hierover is spermaonderzoek van de ram te overwegen.

De dieren moeten minimaal al twee weken voor het dekken op uw bedrijf aangevoerd zijn en dan een quarantaine doorlopen. Ontwormen met een middel uit groep 2 en uit groep 3, om geen resistente wormen op uw bedrijf binnen te halen. Verder altijd de klauwen controleren, bekappen en preventief behandelen om insleep van klauwproblemen te voorkomen. Ook moet de ram gecertificeerd zwoegervrij zijn en een ARR/ARR genotype hebben.

In begin september als de meeste ooien nog niet in bronst geweest zijn heeft een (zoek)-ram enkele dagen toevoegen aan de koppel een synchroniserend effect. De meeste ooien hebben dan na een dag of 4 een stille bronst, en 17 dagen later een vruchtbare bronst. De meeste ooien laten zich dan na 21 dagen wel dekken. Het is dan wel zaak voldoende rammen beschikbaar te hebben.

Als de ram wordt toegevoegd, en de ooien hebben voor die tijd geen ram gezien of geroken, kan het dus ook wel 14 dagen duren voordat de eerste ooi gedekt wordt, dit vooral in het begin van het seizoen.

De rammen kunt u krijten op de borst met een merkstift als u een tamme ram hebt of een goed passend dektuig omdoen. Als u niet weet hoe het moet zitten vraag het dan aan een ervaren schapenhouder, een niet passend dektuig kan de ram beschadigen. De kleuren iedere 14 dagen vervangen en controleren of het dektuig nog comfortabel zit voor de ram.

Zorg dat de percelen niet te groot zijn zodat de ram de ooien makkelijk kan controleren op een dag. Als een oudere ervaren ram gebruikt wordt is een ram per 50 ooien voldoende. Dit ook afhankelijk van de ooien die gedekt worden. Gaat het vooral om overlopers en ooilammeren dan kan een oude ram op 30 jonge ooien beter zijn. Jonge rammen kan men beter ook niet meer als 30 ooien geven. Na drie weken kan men de rammen eventueel verversen hoewel dit voor stamboekfokkerij lastig is.

In grote koppels kan men 3 rammen met 120 ooien inscharen wat goed functioneert. De rammen kan men het beste twee cycli (34 dagen) bij de ooien laten lopen, langer als 50 dagen is meestal economisch niet interessant. De kleine aantallen ooien die laat gedekt worden geven u vooral veel werk en de scherpte is er op het einde van de aflamperiode ook wel af bij de meeste schapenhouders.

We worden nog wel eens gebeld dat bepaalde ooien niet in bronst komen, ook niet na gebruik van een sponsje. Wat dan gecontroleerd moet worden is of ze niet al drachtig zijn met een scanner! Een vruchtbare ram in de kar met een ooi heeft niet veel tijd nodig.

Hoe kan ik voorkomen dat er veel uitval optreedt bij mijn pasgeboren lammeren, afgelopen jaar hadden we daar veel last van?

 

Het aflammeren zal binnenkort beginnen in vroeg aflammerende koppels. Goede voeding in de komende weken is essentieel voor een hoog aantal overlevende lammeren.

Ondervoeding kan resulteren in hoge uitval onder de lammeren, lage geboortegewichten en slechte melkproductie van de ooi. Dit leidt weer tot meer ooien met mastitis.

Overvoedering is geldverspilling en kan resulteren in meer zware verlossingen, vooral bij eenlingdracht.

Hoewel het grootste deel van de uierontwikkeling in het laatste derde deel van de dracht optreedt, zijn er sterke aanwijzingen dat langdurig te weinig eiwit voeren in de laatste 8 tot 10 weken voor aflammeren kan resulteren in bovenbeschreven problemen.

Het is dus zaak het beste kuilvoer onbeperkt aan de drachtige ooien aan te bieden en te zorgen voor voldoende vreet en ligplaatsen. Bij sneeuwval in de weide direct de ooien bijvoeren met goede kwaliteit hooi of kuilgras en eventueel iets krachtvoer.

De laatste 6 weken voor het aflammeren voeren op conditie en meerlingdrachten extra krachtvoer geven. Maak groepen op basis van de aflamdata en de ingeschatte verwachte worpgrootte.

Vaccinaties bij kleine herkauwers

Er zijn diverse vaccins beschikbaar om uw schapen en lammeren te beschermen tegen een aantal aandoeningen.
De meest gevreesde aandoeningen zijn ‘het bloed' en zomerlongontsteking (het zwaarste lamwordt plotseling dood gevonden) verlopen vaak zeer acuut. Andere aandoeningen als ‘zere bekjes' (Bekschurft=Ecthyma) en rotkreupel kunnen zeer vervelend en lastig te bestrijden zijn. In koppels waar aangetoond is dat Chlamydia-abortus voorkomt, is vaccineren tegen deze vorm van abortus aan te raden.
Hieronder worden de beschikbare vaccins kort genoemd en beschreven. Voor een aantal vaccins geldt dat er een basis-vaccinatie moet worden uitgevoerd. Dit betekent dat schapen, alvorens het vaccin begint te werken, tweemaal moeten worden gevaccineerd. Daarna volstaat een jaarlijkse herhalingsvaccinatie.
Voor advies op maat bent u bij ons aan het juiste adres.

Het Bloed

 

Het bloed of enterotoxaemie is een weeldeziekte. Het treft vooral jonge en snel groeiende lammeren. De meeste uitval vindt plaats bij dieren van drie tot tien weken oud. Ook onder goed gevoerde dieren van een half tot één jaar vallen regelmatig slachtoffers.

 

De ziekte staat ook bekend als bloedziekte, weeldeziekte en eiwitvergiftiging. De aandoening wordt in de hand gewerkt als schapen voer eten met een ruime koolhydraat-eiwitverhouding en weinig structuur. Vooral een plotselinge voerverandering werkt enterotoxaemie in de hand. De pensflora kan zich dan niet snel genoeg aanpassen.
De bacterie Clostridium perfringens krijgt dan de kans zich snel te vermenigvuldigen in de darmen. Deze bacteriën maken gifstoffen aan.
Te veel melk drinken of een te snelle overgang naar weiden met jong en eiwitrijk gras kan hetzelfde resultaat hebben.

Verschijnselen
Het verloop is meestal zo snel dat geen verschijnselen worden gezien: de dieren worden dood aangetroffen. Nog levende dieren kunnen niet meer normaal lopen, vallen neer en maken fietsende bewegingen. Daarbij wordt de kop meestal achterover gehouden.
Een behandeling komt bijna altijd te laat. Vermijd plotselinge voerveranderingen ter preventie.

Vaccinatie van de moederdieren moet voor nog nooit eerder gevaccineerde dieren tweemaal gedaan worden, met de tweede enting ongeveer 4 weken voor de verwachte werpdatum. Lammeren geboren uit gevaccineerde ooien zijn de eerste 10-12 weken beschermt door de antistoffen die ze uit

de biest hebben opgenomen. Een goede biestvoorziening is dus de basis. Als u vergeten hebt de ooien te laten vaccineren tegen het bloed kunnen de lammeren zelf vanaf 3 weken leeftijd gevaccineerd worden. Weelde ziekte (Clostridium type C) is een van de belangrijkste doodsoorzaken van jonge lammeren.


Heptovac P
Een vaccin dat bescherming geeft bij schapen tegen Clostridium (‘het bloed' en onder andere tetanus) en Pasteurellose (zomerlongontsteking). De vaccinatie moet vanaf een leeftijd van 3 weken worden gegeven. Het geeft passieve bescherming via de biest tegen Clostridium indien de ooien 4-6 weken voor het aflammeren zijn gevaccineerd. De vaccinatie moet jaarlijks worden herhaald.

Covexin of Bravoxin
Een vaccin dat schapen beschermt tegen Clostridium (‘het bloed' en o.a. tetanus). De vaccinatie moet vanaf een leeftijd van 2 weken worden gegeven. Het geeft passieve bescherming aan de lammeren via de biest indien de ooien 2-8 weken voor het aflammeren zijn gevaccineerd. De vaccinatie moet jaarlijks worden herhaald.

Footvax
Een vaccinatie en behandeling van schapen tegen rotkreupelinfecties veroorzaakt door Bacteroides nodosus. De vaccinatie moet worden gegeven vanaf een leeftijd van 3 maanden. Het voorkomen van rotkreupel is weer- en seizoensgebonden. De noodzaak tot vaccinatie verschilt per koppel. Het vaccin kan preventief (ter voorkoming) of therapeutisch (als behandeling) worden ingezet. Wanneer de herhalingsvaccinatie moet worden toegediend, verschilt per koppel en is afhankelijk van de aanwezigheid van rotkreupel.

Ecthybel
Een vaccinatie van schapen tegen Ecthyma contagiosum (‘zere bekjes'), uitsluitend in een besmette of hoog-risico omgeving. Vaccineren kan op elke leeftijd. Het geeft passieve bescherming via de biest indien de ooien 3-4 weken voor het aflammeren zijn gevaccineerd. De vaccinatie moet jaarlijks worden herhaald.

Ovilis enzovax
De vaccinatie leidt tot een hogere weerstand tegen abortus veroorzaakt door Chlamydophila psittaci. Vaccinatie van ooilammeren kan vanaf 7 maanden. De vaccinatie moet jaarlijks worden herhaald tussen de 4 maanden en 4 weken voor aanvang van de dekperiode

Blauwtong

Voor Blauwtong geldt dat vaccinatie de enige mogelijkheid is om de dieren effectief te beschermen. Dit voorkomt veel dierenleed en schade.

Dit moet voor het seizoen afgerond zijn, waarbij de eerste uitbraken eind Juli te verwachten zijn.

Schapen moeten eenmaal per jaar gevaccineerd worden, geiten in de basisvaccinatie tweemaal met 4 weken tussentijd

Het DGC het Wijdseland doet voor u de vaccinaties tegen uurtarief en een vergoeding voor het vaccin. Een goede organisatie van uw kant kan dan een betaalbare vaccinatieprijs bevorderen